Kansenmonitor

Gemeente Rotterdam

Deze gemeente wordt omringd door de de gemeentes Westvoorne en Hellevoetsluis. Rotterdam bevat postcodegroepen 301X, 302X, 303X, 304X, 305X, 306X, 307X, 308X, 315X, 318X en 319X.

Ben je benieuwd naar de verschilen met buurtgemeentes? Ga dan naar de Kansenkaart. Ben je benieuwd naar de verschillen tussen bevolkingsgroepen binnen de gemeente? Kijk dan verder.

Inkomen

Persoonlijk inkomen
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 24.644.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 24.775.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 25.299.
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 26.166.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 26.469.
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 27.133.
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 28.078.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 28.305.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 28.971.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 29.046.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 29.160.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 29.781.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 29.842.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 29.930.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 31.129.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 31.518.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 31.606.
Vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 32.033.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 32.220.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 32.296.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 32.512.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 32.832.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 32.842.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 33.158.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 33.222.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 33.403.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 33.521.
Mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 33.973.
Mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 34.000.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 34.272.
Mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 34.639.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 35.278.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 35.390.
Mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 35.421.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 35.550.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 35.599.
Dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 35.630.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 36.504.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 37.117.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 37.145.
Mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 37.150.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 37.372.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 37.692.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 37.783.
Dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 38.656.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 39.417.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 39.580.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 39.878.
Dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 40.181.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 40.447.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 41.201.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 41.496.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 41.964.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 42.028.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 42.134.
Mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 42.196.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 42.331.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 42.630.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 43.236.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 44.209.
Dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 45.230.
Mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 45.596.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 46.462.
Mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 46.855.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 46.914.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 47.840.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 51.873.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 52.427.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 53.221.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 56.524.
Uurloon
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 14,50.
Werkende dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 14,60.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 14,60.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 14,70.
Werkende dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 14,70.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 14,80.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 14,80.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 15,20.
Werkende dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 15,30.
Werkende dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 15,40.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 15,40.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 15,70.
Werkende dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 15,80.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 15,80.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 15,80.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 15,90.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 15,90.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 15,90.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 15,90.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 15,90.
Werkende dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,00.
Werkende dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 16,20.
Werkende dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,20.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,30.
Werkende dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,30.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 16,40.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 16,50.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,50.
Werkende dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 16,60.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,60.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,60.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,60.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,70.
Werkende dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,70.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,70.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 16,80.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 16,80.
Werkende dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,80.
Werkende dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,80.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,90.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,90.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,90.
Werkende dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,10.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,10.
Werkende dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,10.
Werkende dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 17,20.
Werkende dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,20.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,20.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 17,30.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,30.
Werkende dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,40.
Werkende dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,50.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,50.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,50.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,60.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 17,70.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,80.
Werkende dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 18,00.
Werkende dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 18,20.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 18,20.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 18,40.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 18,40.
Werkende dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 18,70.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 18,90.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een uurloon van € 19,00.
Werkende dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 19,10.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 19,20.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 19,20.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 19,80.
Werkende dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een uurloon van € 19,90.
Uurloon minder dan €11
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 5,1% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 6,4% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 6,9% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 7,3% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 8,0% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 8,5% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 8,7% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 8,8% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 8,8% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 10,0% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 10,3% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 10,4% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 10,4% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 10,5% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 11,3% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 11,4% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 11,5% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 11,9% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 12,0% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 12,0% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 12,6% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 12,6% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 12,9% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 13,2% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 13,5% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 13,8% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 14,0% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 14,0% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 14,1% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 14,2% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 14,3% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 14,5% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 14,6% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 15,0% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 15,0% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 15,1% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 15,3% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 15,4% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 15,7% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 16,3% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 16,4% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 16,4% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 16,6% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 16,8% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 16,9% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 17,7% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 17,8% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 17,8% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 17,9% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 18,1% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 18,1% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 18,2% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 18,6% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 18,6% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 19,0% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 19,0% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 19,1% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 19,7% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 20,2% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 20,3% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 22,8% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 24,7% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 25,3% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 25,8% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 26,0% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 26,7% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 27,2% minder dan €11 per uur.
Uurloon minder dan €14
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 18,9% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 21,6% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 23,1% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 24,6% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 24,9% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 24,9% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 25,0% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 25,2% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 26,8% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 28,8% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 28,8% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 29,2% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 29,6% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 30,1% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 30,7% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 31,0% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 31,0% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 31,5% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 32,3% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 32,5% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 32,6% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 32,8% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 33,2% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 33,8% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 34,4% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 34,5% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 34,9% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 35,1% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 35,3% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 36,0% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 36,0% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 36,1% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 36,3% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 36,3% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 36,4% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 37,2% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 37,5% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 37,6% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 37,6% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 38,1% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 38,3% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 38,9% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 39,0% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 39,2% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 39,4% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 40,1% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 40,4% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 40,4% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 41,6% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 41,9% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 42,2% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 42,5% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 42,9% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 43,1% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 43,3% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 44,3% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 44,3% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 44,6% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 46,6% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 48,7% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 48,7% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 51,0% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 52,7% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 53,7% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 54,3% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam verdient 54,9% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, verdient 56,5% minder dan €14 per uur.
Bijstand
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 1,0% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 1,6% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 1,7% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 1,7% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 2,1% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 2,3% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 2,4% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 2,8% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 3,1% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 3,1% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 3,3% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 3,3% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 4,0% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 4,4% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 4,5% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 4,6% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 4,6% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 4,8% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 5,0% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 5,0% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 5,2% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 5,6% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 5,9% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 6,0% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 6,1% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 6,2% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 6,4% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 6,6% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 6,6% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 6,8% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 7,0% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 7,1% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 7,3% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 7,5% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 7,7% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 8,3% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 8,5% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 8,8% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 9,0% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 9,1% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 9,1% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 9,3% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 9,8% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 10,3% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 12,7% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 12,8% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 13,3% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 13,4% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 13,9% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 14,0% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 16,0% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 16,2% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 16,3% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 16,3% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 21,1% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Werk

Werkt
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 53,6% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 55,6% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 56,4% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 58,7% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 58,7% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 59,4% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 60,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 61,2% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 61,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 62,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 63,2% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 64,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 66,8% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 67,4% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 67,8% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 68,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 68,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 69,5% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 70,2% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 70,7% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 70,9% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 70,9% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 72,2% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 72,4% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 72,7% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 73,8% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 73,9% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 73,9% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 74,1% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 74,1% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 74,8% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 75,0% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 75,0% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 75,1% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 75,7% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 76,9% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 77,2% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 77,5% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 78,1% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 78,5% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 78,9% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 79,1% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 79,4% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 79,5% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 79,6% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 79,7% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 79,8% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 79,8% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 81,0% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 81,1% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 81,7% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 81,8% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 82,0% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 82,4% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 82,6% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 82,9% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 83,9% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 84,4% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 84,7% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 84,9% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 85,0% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 86,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 86,8% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 87,1% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 87,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangt 88,9% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 89,5% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 89,9% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 90,9% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangt 92,2% het meeste inkomen uit werk.
Gewerkte uren per week
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 22,0 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 22,3 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 22,3 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 22,6 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 23,4 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 23,6 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 24,1 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 24,3 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 24,3 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 24,5 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 24,8 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 24,8 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 25,5 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 25,6 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 25,6 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 25,7 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 25,8 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 26,0 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 26,1 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 26,1 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 26,1 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 26,1 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 26,2 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 26,6 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 26,7 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 27,1 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 27,1 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 27,3 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 27,4 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 27,4 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 27,7 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 27,7 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 28,0 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 28,1 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 28,1 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 28,5 uur per week.
Dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 28,5 uur per week.
Dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 29,1 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 29,1 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 29,1 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 29,2 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 29,3 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 29,4 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 29,7 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 30,0 uur per week.
Dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 30,0 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 30,2 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 30,3 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 30,6 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 30,7 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 30,7 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 30,7 uur per week.
Dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 30,9 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 31,1 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 31,2 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 31,2 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 31,4 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 31,7 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 31,8 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 32,0 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 32,1 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 32,5 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 32,7 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 32,8 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 34,0 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 34,2 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 34,4 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam werken gemiddeld 34,9 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 35,4 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, werken gemiddeld 35,4 uur per week.
Vast arbeidscontract
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 27,2% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 28,6% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 30,1% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 30,6% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 31,7% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 31,8% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 31,9% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 32,6% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 32,8% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 32,8% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 33,2% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 33,5% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 33,7% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 34,0% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 34,3% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 35,3% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 36,1% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 36,8% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 37,4% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 38,4% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 38,6% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 39,1% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 39,4% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 39,4% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 39,8% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 39,8% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 40,3% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 40,5% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 40,7% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 41,3% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 41,4% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 42,1% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 42,1% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 42,2% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 42,7% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 42,8% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 43,2% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 44,0% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 44,4% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 44,6% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 45,0% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 45,0% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 46,0% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 46,3% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 47,0% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 47,0% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 47,5% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 47,5% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 47,8% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 47,9% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 48,3% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 48,4% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 48,6% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 49,1% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 49,2% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 49,4% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 49,7% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 49,7% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 50,1% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 50,3% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 50,9% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 51,5% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 53,1% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 54,2% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 54,8% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 55,4% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 56,8% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 57,6% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 58,3% een vast contract.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Vermogen

Vermogen
Vrouwelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € -19.674.
35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € -15.615.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € -12.480.
Mannelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € -11.537.
35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € -9.890.
35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € -3.810.
Mannelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € 5.319.
Mannelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 7.501.
Mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 8.317.
35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 9.980.
35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 10.673.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 11.413.
35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 12.146.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 12.845.
Mannelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 13.427.
Mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € 14.686.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € 15.023.
35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € 15.725.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € 16.684.
35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € 16.929.
Mannelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 17.834.
Mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 18.375.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 19.076.
Mannelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € 19.113.
35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 21.750.
35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 23.603.
Mannelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 23.972.
Mannelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € 24.082.
35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € 25.604.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € 27.196.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 28.554.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 29.241.
35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 30.602.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 31.924.
Mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 31.940.
35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 32.523.
Mannelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 32.830.
35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 36.100.
35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 36.524.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 37.661.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 39.734.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 40.992.
35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 45.435.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 46.586.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 47.614.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 48.445.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 48.453.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 48.482.
Vrouwelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € 50.198.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 52.887.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 54.740.
35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € 55.837.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 60.096.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 61.570.
Mannelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € 61.661.
35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 64.399.
35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 64.916.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 68.702.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 70.955.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € 77.586.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 78.660.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen van € 86.180.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € 92.241.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen van € 107.153.
Vermogen zonder woning en hypotheekschuld
Vrouwelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € -22.641.
35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € -20.034.
Mannelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € -17.547.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € -17.505.
35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € -13.059.
35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € -8.298.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € -1.564.
35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € -1.244.
Mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € -937.
Mannelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € -610.
Mannelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 1.398.
35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 2.094.
Mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 3.336.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 3.887.
35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 4.308.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 5.205.
35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 6.120.
Mannelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 6.762.
Mannelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 8.374.
Mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 8.733.
Mannelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 8.781.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 9.367.
35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 10.290.
35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 11.444.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 11.809.
Mannelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 11.848.
Mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 12.790.
Mannelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 13.824.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 14.119.
35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 14.134.
35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 15.692.
35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 16.522.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 16.525.
35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 16.584.
35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 16.938.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 18.852.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 20.237.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 23.998.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 25.312.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 25.346.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 27.424.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 28.307.
35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 28.672.
Mannelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 29.930.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 31.893.
35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 32.100.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 32.662.
Vrouwelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 33.767.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 35.530.
35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 38.549.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 38.631.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 39.713.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 40.298.
35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 42.115.
Mannelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 43.490.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 44.520.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 47.686.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 50.316.
35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 52.792.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 55.679.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 57.350.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 60.913.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 70.118.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 83.110.
Koopwoning
Onder mannelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 2.900% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 2.966% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 3.169% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 3.922% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 4.419% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 4.488% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 5.026% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 5.289% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 5.485% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 5.585% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 5.656% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 6.010% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 6.026% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 6.665% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 7.019% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 7.268% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 7.852% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 8.111% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 8.316% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 8.579% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 8.958% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 9.254% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 9.460% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 10.671% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 11.223% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 11.350% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 11.417% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 11.460% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 11.470% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 11.479% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 12.123% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 12.234% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 12.310% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 12.349% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 12.915% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 12.977% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 13.072% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 13.335% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 13.883% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 14.080% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 14.256% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 14.442% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 14.952% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 15.122% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 15.191% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 15.585% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 16.432% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 16.561% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 16.994% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 17.287% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 18.171% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 20.176% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 20.236% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 20.383% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 20.408% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 20.639% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 21.240% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 22.123% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 22.284% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 22.981% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 23.207% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam woont gemiddeld 24.043% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 24.182% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, woont gemiddeld 25.267% in een koopwoning.
Schenking ouders
Onder 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,1% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,1% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,1% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,1% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,1% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,3% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,3% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,4% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,5% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,5% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,6% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,6% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,7% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,7% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,7% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,9% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 1,0% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 1,0% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 1,0% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 1,1% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 1,2% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 1,3% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 1,3% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 1,4% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 1,4% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 1,4% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 1,6% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 2,1% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 2,1% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 2,1% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 2,8% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 3,0% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 3,2% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 3,2% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 3,3% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 3,4% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 3,4% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 3,5% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 3,5% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 3,8% een schenking ontvangen.
Waarde schenking ouders
35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 6,00.
35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 11,00.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 11,00.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 20,00.
35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 105.
35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 109.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 149.
35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 205.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 208.
Mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 223.
35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 259.
Mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 266.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 355.
Mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 498.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 523.
Mannelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 570.
35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 573.
35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 578.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 579.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 586.
35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 645.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 710.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 798.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 804.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 868.
35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 892.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 921.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 934.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.214.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.318.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.367.
35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.477.
Vrouwelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.684.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.710.
35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.744.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.749.
Mannelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.806.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 2.062.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 2.538.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 2.832.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 3.131.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Wonen

Woonoppervlak groep 8
Leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 19,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 19,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 19,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 19,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 19,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 19,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 21,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 21,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 21,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 21,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 22,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 22,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 22,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 22,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 23,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 23,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 23,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 24,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 24,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 26,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 26,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 26,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 27,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 29,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 29,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 29,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 29,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 29,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 29,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 30,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 30,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 31,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 31,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 31,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 31,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 33,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 33,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Woonoppervlak 16-jarigen
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 19,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 20,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 20,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 20,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 20,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 20,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 22,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 22,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 22,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 23,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 23,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 23,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 23,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 23,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 24,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 24,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 26,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 26,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 26,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 26,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 29,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 29,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 29,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 29,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 29,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 30,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 30,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 30,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 30,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 30,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 30,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 30,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 30,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 30,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 30,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 31,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 31,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 31,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 31,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 33,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 33,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 35,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 35,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Woonoppervlak dertigers
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 28,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 29,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 30,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 30,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 31,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 31,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 31,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 33,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 33,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 33,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 33,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 35,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 37,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 37,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 37,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 37,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 37,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 37,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 37,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 37,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 38,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 38,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 38,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 39,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 39,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 39,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 39,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 40,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 40,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 40,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 40,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 40,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 42,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 42,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 42,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 42,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 42,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 43,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 43,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 43,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 43,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 43,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 44,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 44,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 44,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 44,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 45,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 45,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 45,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 46,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 46,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 47,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Gezondheid

Ziekenhuis
Onder mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 35,8% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 39,7% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 39,9% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 40,0% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 40,0% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 40,3% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 40,7% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 41,4% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 41,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 42,4% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 44,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 44,9% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 44,9% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 45,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 45,6% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 46,4% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 46,8% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 47,7% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 48,1% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 48,8% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 49,6% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 50,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 53,4% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 53,8% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 54,1% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 54,7% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 55,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 55,7% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 56,1% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 56,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 56,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 57,1% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 57,9% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 58,6% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 58,6% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 58,8% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 58,8% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 59,0% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 59,9% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 60,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 60,9% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 61,4% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 61,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 61,7% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 62,2% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 62,6% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 63,3% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 65,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 66,3% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 67,8% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 68,2% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 68,2% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 69,3% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 69,9% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 69,9% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 69,9% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 70,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 70,9% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 71,0% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 71,4% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 71,6% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 73,3% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 73,6% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 73,8% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 74,0% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 75,0% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 75,1% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 75,9% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 76,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 88,3% gebruik van ziekenhuiszorg.
Geestelijke gezondheidszorg (basis)
Onder mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 3,8% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 4,8% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 4,8% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 4,8% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 4,9% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 5,1% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 5,2% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 5,3% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 5,3% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 5,8% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 6,1% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 6,1% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 6,4% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 6,5% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 6,5% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 6,7% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 6,7% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 6,7% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 6,7% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 6,7% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 6,9% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 6,9% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 7,0% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 7,0% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 7,0% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 7,1% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 7,2% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 7,3% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 7,3% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 7,6% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 7,7% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 7,9% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 8,0% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 8,1% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 8,1% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 8,5% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 8,6% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 8,6% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 8,7% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 8,7% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 8,8% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 8,8% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 8,9% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 9,0% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 9,0% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 9,2% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 9,7% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 9,7% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 9,7% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 9,8% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 10,1% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 10,1% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 10,1% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 10,2% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 10,2% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 10,3% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 10,3% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 10,4% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 10,4% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 10,5% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 10,6% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 10,7% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 11,0% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 12,1% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 13,1% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 14,2% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Geestelijke gezondheidszorg (specialistisch)
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 3,1% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 3,5% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 3,8% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 3,9% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 4,1% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 4,1% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 4,4% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 4,6% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 4,7% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 4,7% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 4,9% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 4,9% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 5,0% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 5,0% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 5,0% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 5,2% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 5,2% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 5,3% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 5,6% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 5,6% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 5,6% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 5,7% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 5,8% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 6,0% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 6,0% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 6,0% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 6,1% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 6,3% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 6,3% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 6,4% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 6,4% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 6,4% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 6,5% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 6,8% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 6,8% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 6,9% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 7,0% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 7,2% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 7,3% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 7,3% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 7,3% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 7,6% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 7,7% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 7,9% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 8,2% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam maakte 8,4% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 8,4% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 8,6% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 8,8% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 8,9% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 9,2% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 9,3% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, maakte 9,4% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Medicijnen
Onder mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 50,9% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 51,2% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 51,9% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 52,2% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 52,7% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 53,4% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 53,5% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 53,8% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 54,8% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 55,0% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 55,4% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 56,8% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 57,1% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 57,7% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 57,7% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 58,2% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 60,0% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 60,3% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 61,0% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 62,1% medicijnen.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 62,3% medicijnen.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 62,7% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 62,9% medicijnen.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 63,0% medicijnen.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 63,2% medicijnen.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 63,3% medicijnen.
Onder dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 64,1% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 64,3% medicijnen.
Onder dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 64,7% medicijnen.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 64,8% medicijnen.
Onder dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 65,8% medicijnen.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 66,6% medicijnen.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 66,6% medicijnen.
Onder dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 67,1% medicijnen.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 67,7% medicijnen.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 67,8% medicijnen.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 67,8% medicijnen.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 69,3% medicijnen.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 70,1% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 71,8% medicijnen.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 71,9% medicijnen.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 71,9% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 72,1% medicijnen.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 72,3% medicijnen.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 72,5% medicijnen.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 73,0% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 73,1% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 73,5% medicijnen.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 73,7% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 74,0% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 74,3% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 74,3% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 74,9% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 75,1% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 75,8% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 76,1% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 76,8% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 77,2% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 77,3% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 77,4% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 79,5% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 79,7% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 80,9% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 82,0% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 82,2% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam gebruikte 83,1% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 83,3% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 83,8% medicijnen.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 89,5% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, gebruikte 99,9% medicijnen.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Zorgkosten

Zorgkosten van groep-8-leerlingen
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 456 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 521 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 565 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 568 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 576 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 580 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 595 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 597 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 605 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 622 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 623 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 641 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 642 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 645 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 659 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 662 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 664 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 669 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 669 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 674 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 681 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 683 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 688 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 694 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 694 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 695 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 697 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 698 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 699 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 706 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 706 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 706 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 706 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 708 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 710 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 719 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 719 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 727 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 731 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 732 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 736 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 738 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 740 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 742 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 744 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 747 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 748 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 749 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 753 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 759 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 763 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 783 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 785 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 797 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 808 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 814 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 820 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 848 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 849 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 851 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 855 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 861 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 876 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 877 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 892 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 909 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 919 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 932 aan jaarlijkse zorgkosten.
Zorgkosten van 16-jarigen
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 534 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 547 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 611 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 684 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 699 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 701 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 709 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 718 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 732 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 742 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 744 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 801 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 812 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 816 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 817 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 831 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 835 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 839 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 856 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 856 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 857 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 864 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 864 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 873 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 874 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 876 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 878 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 895 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 896 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 898 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 900 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 904 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 911 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 914 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 917 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 917 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 926 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 929 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 931 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 937 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 937 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 947 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 956 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 956 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 961 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 967 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 973 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 973 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 974 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 974 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 977 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 981 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 990 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 997 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 1.000 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.003 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 1.005 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 1.021 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 1.026 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.027 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.044 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.052 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.060 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.073 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.129 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.174 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.195 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.242 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.401 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.542 aan jaarlijkse zorgkosten.
Zorgkosten van dertigers
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 909 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.036 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 1.094 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.125 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.168 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.214 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.220 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.222 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.257 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.273 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.287 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 1.361 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.390 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.410 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.509 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.513 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 1.521 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.528 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.541 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 1.546 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.557 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 1.580 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.602 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 1.606 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.625 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.637 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.638 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 1.679 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.720 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.789 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 1.799 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.801 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.809 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 1.824 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.835 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.836 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 1.869 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.893 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.948 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.956 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.969 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 1.970 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 1.992 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 1.998 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 2.009 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 2.017 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 2.058 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 2.067 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 2.069 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 2.107 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 2.125 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 2.132 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 2.159 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 2.175 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 2.175 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 2.229 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 2.235 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 2.239 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 2.257 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 2.301 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 2.313 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 2.379 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld € 2.400 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 2.494 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 2.575 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 2.622 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld € 3.555 aan jaarlijkse zorgkosten.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Geboorte

Geboortegewicht
Mannelijke pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,2% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,1% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 9,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 9,3% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 9,9% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 9,9% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 10,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 10,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 10,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,4% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,7% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,8% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,8% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,8% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,9% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 11,4% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 11,6% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 11,7% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 11,9% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 12,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 12,1% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 12,2% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 12,3% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 12,4% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 12,5% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 12,7% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 12,9% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 13,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 13,1% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 13,2% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 13,4% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 13,6% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 13,7% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 13,8% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 13,8% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 14,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 14,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 14,2% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 14,3% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 14,8% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 14,9% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 15,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 15,1% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 15,1% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 15,6% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 15,8% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 15,8% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 16,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 16,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 16,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 16,2% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 16,3% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 16,4% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 17,2% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 17,8% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 18,6% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 18,9% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 19,5% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 24,8% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,2% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,2% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 25,4% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,9% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,9% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 26,1% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 26,2% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 26,6% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 26,8% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,1% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,4% kans op een te laag geboortegewicht.
Vroeggeboorte
Pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 4,4% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 4,4% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 4,6% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 5,1% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 5,1% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 5,2% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 5,4% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 5,6% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 5,7% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 6,0% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 6,1% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 6,1% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 6,1% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 6,2% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 6,3% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 6,4% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 6,5% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 6,7% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 6,8% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,0% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,0% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,0% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,1% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,1% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,2% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,2% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,3% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,4% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,4% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,4% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,4% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,4% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,4% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,5% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,5% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,5% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,5% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,5% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,7% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,7% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,8% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,8% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,8% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,9% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,0% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,1% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 8,2% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,2% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 8,4% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,5% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,5% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,9% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 9,0% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 9,0% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 9,0% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 9,1% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 9,2% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 9,5% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 9,7% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 9,8% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 10,0% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 10,3% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,6% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,7% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,8% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,9% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 12,0% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 14,1% kans op vroeggeboorte.
Perinatale sterfte
Onder vrouwelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,2% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,2% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,2% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,2% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,2% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,2% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Neonatale sterfte
Onder vrouwelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,2% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,0% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,0% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,0% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,1% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,2% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,2% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,2% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Zuigelingensterfte
Onder vrouwelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,2% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,3% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 1,0% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam overlijdt 1,0% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,1% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,1% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,2% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,2% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,3% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, overlijdt 1,9% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Onderwijsniveau

Volgt vmbo-GL of hoger
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 67,7% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 68,5% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 69,5% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 69,7% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 71,0% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 72,4% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 73,7% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 74,1% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 74,3% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 74,8% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 76,0% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 76,1% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 76,1% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 76,6% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 76,6% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 77,3% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 77,8% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 77,8% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 77,9% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 78,0% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 78,0% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 78,6% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 78,9% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 79,2% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 79,3% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 79,4% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 79,4% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 79,5% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 79,7% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 79,8% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 80,1% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 80,4% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 80,6% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 80,7% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 80,8% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 80,9% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 82,0% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 82,2% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 82,7% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 83,2% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 83,4% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 83,8% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 84,9% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 85,1% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 85,2% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 85,2% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 85,7% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 85,7% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 85,7% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 85,8% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 85,9% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 86,0% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 86,1% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 86,3% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 86,5% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 86,5% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 86,6% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 87,1% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 87,7% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 87,9% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 89,4% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 89,4% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 89,5% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 89,7% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 90,8% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 91,2% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 91,5% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 92,3% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 92,6% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 93,1% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 93,5% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 95,7% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Volgt havo of hoger
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 12,2% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 14,1% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 15,2% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 16,1% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 16,3% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 17,6% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 19,8% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 21,8% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 21,8% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 21,9% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 23,2% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 23,3% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 23,5% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 23,7% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 24,1% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 24,1% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 24,3% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 24,4% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 24,5% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 24,8% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 25,0% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 25,6% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 26,1% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 26,2% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 26,4% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 27,3% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 27,4% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 27,6% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 27,8% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 28,2% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 28,3% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 28,9% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 29,7% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 30,6% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 31,0% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 31,1% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 31,3% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 32,5% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 33,6% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 35,0% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 35,4% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 35,6% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 35,8% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 36,4% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 38,1% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 38,5% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 38,5% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 39,3% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 41,0% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 41,6% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 43,1% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 43,7% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 45,9% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 46,5% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 47,3% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 48,3% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 49,0% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 49,6% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 50,1% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 50,1% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 50,8% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 51,2% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 52,7% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 53,3% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 53,8% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 54,3% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 55,8% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 56,7% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 58,4% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 59,4% kans om havo of hoger te volgen.
Volgt vwo
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 3,3% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 3,7% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 3,7% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 4,1% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 5,0% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 5,4% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 6,0% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 6,5% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 6,6% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 6,6% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 6,6% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 6,8% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 6,9% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 6,9% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 7,0% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 7,1% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 7,1% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 7,2% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 7,2% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 7,3% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 7,4% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 7,8% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 7,8% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 8,0% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 8,1% kans om vwo te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 8,7% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 8,8% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 8,9% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 10,4% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 10,8% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 10,9% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 11,0% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 11,1% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 11,3% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 11,7% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 11,8% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 12,9% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 13,6% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 14,0% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 14,2% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 14,7% kans om vwo te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 14,9% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 15,0% kans om vwo te volgen.
16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 15,4% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 15,7% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 16,8% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 17,1% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 17,1% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 17,6% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 18,7% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 18,7% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 18,8% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 21,1% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 22,9% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 23,1% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 23,4% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 23,8% kans om vwo te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 25,1% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben 25,9% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 26,1% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 27,4% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 28,2% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben 28,5% kans om vwo te volgen.
Startkwalificatie
Onder 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,6%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,6%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,6%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,6%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,6%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,6%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,6%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,6%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,6%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,6%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,6%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,6%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,6%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Studieniveau

Diploma op hogeschool of universiteit (21-jarigen)
Mannelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 16,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 17,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 20,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 21,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,9% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 26,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 26,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 26,9% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,4% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 27,9% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 29,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 30,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 30,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 31,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 32,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,9% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 33,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 33,4% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 34,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 34,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 35,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 35,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 36,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 36,9% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 37,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 37,4% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 37,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 37,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 38,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 38,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 39,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 40,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 40,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 41,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 41,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 41,4% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 41,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 41,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 41,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 41,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 43,9% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 44,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 45,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 45,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 45,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 45,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 46,4% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 47,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 47,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 49,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 50,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 50,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 50,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 52,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 54,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 54,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 56,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 57,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 58,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 59,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 60,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 63,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 63,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 64,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 64,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 71,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Diploma op hogeschool of universiteit (dertigers)
Mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 14,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 16,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 18,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 18,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 19,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 19,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 19,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 20,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 21,4% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 22,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 22,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 22,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 23,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 23,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 23,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 24,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 24,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 26,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 26,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 26,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 26,4% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 26,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 27,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 28,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 28,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 28,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 28,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 29,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 29,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 29,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 29,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 30,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 30,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 31,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 31,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 31,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 32,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 32,4% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 32,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 34,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 35,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 35,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 35,4% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 35,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 36,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 36,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 36,9% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 37,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 37,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 38,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 38,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 38,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 40,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 42,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 43,4% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 44,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 44,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 45,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 45,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 47,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 48,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 48,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 52,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Diploma op de universiteit (21-jarigen)
Mannelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 3,1% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 3,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 5,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 5,1% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 5,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 5,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 6,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 6,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 6,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 6,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 6,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 6,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 6,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,1% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,5% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,1% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 8,5% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,5% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 8,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 9,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,1% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 10,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 11,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 11,1% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 11,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 11,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 11,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 12,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 12,3% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 12,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 13,1% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 14,3% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 15,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 15,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 16,3% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 18,3% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 19,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 19,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 20,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 20,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 20,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 21,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 21,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 22,3% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 22,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 23,5% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 23,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 24,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Diploma op de universiteit (dertigers)
Mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 4,3% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 5,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 5,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 5,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 6,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 6,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 6,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,1% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 8,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 8,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 9,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 9,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 9,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 9,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,1% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,1% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 10,5% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,5% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 11,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 11,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 11,3% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 11,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 12,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 12,3% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 12,3% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 12,5% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 12,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 13,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 13,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 14,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 14,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 14,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 15,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 15,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 15,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 16,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 16,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 17,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 17,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 18,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 19,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 24,4% kans op het behalen van een universitair diploma.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Schooladviezen

School adviseert hoger dan eindtoets
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 8,6% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 9,2% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 10,0% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 10,2% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 10,4% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 10,5% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 10,8% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 10,9% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 11,0% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 11,2% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 11,3% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 11,5% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 11,6% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 11,7% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 11,8% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 11,9% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 12,0% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 12,0% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 12,1% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 12,2% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 12,3% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 12,3% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 12,3% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 12,6% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 12,7% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 12,8% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 12,8% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 12,8% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 12,8% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 12,8% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 12,8% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 12,9% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 13,1% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 13,2% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 13,2% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 13,4% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 13,6% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 13,9% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 14,0% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 14,3% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 14,3% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 14,4% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 14,4% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 14,8% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 14,9% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 15,5% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 15,6% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 15,7% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 16,0% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 16,2% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 16,3% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 17,0% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 19,2% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
School adviseert lager dan eindtoets
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 6,5% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 6,8% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 7,0% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 7,2% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 7,4% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 7,5% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 7,6% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 7,6% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 7,6% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 7,7% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 7,8% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 7,8% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 7,9% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 7,9% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 8,0% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 8,0% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 8,1% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 8,2% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 8,2% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 8,3% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 8,4% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 8,5% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 8,5% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 8,6% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 8,6% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 8,6% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 8,8% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 8,8% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 9,0% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 9,2% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 9,2% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 9,3% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 9,4% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 9,4% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 9,4% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 9,4% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 10,1% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 10,2% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 10,3% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 10,3% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 10,8% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 10,8% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 10,9% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 11,0% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 11,8% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 14,0% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
School adviseert vmbo-GL of hoger
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 48,5% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 52,5% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 54,8% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 55,7% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 56,4% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 57,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 57,9% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 58,0% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 58,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 58,9% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 59,1% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 59,9% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 62,0% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 63,1% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 63,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 63,7% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 63,7% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 66,1% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 66,5% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 66,5% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 66,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 66,7% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 66,8% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 66,9% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 66,9% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 67,1% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 67,1% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 67,3% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 69,1% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 69,3% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 69,5% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 69,9% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 70,1% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 70,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 71,1% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 71,2% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 71,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 71,7% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 71,8% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 71,8% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 71,9% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 72,9% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 73,4% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 73,9% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 74,4% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 74,9% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 75,5% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 76,3% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 76,8% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 77,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 77,9% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 77,9% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 78,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 79,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 79,7% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 80,1% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 80,5% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 84,2% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 84,7% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 85,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 85,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 86,2% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 87,2% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 87,7% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 88,2% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 88,8% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
School adviseert havo of hoger
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 23,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 23,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 24,0% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 27,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 28,0% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 28,3% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 28,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 28,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 29,4% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 29,4% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 29,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 30,0% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 31,1% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 31,4% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 31,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 31,6% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 31,8% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 31,9% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 32,3% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 32,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 32,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 33,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 34,6% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 34,8% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 34,9% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 35,1% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 35,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 36,2% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 36,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 36,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 37,0% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 37,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 37,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 37,6% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 37,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 38,1% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 41,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 41,6% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 41,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 42,1% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 42,9% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 43,2% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 43,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 43,8% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 44,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 44,9% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 45,9% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 46,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 47,0% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 47,6% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 47,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 49,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 52,9% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 53,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 54,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 56,1% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 57,6% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 59,2% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 59,3% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 59,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 60,1% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 60,1% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 60,3% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 60,6% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 61,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
School adviseert vwo
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 6,7% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 7,2% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 7,3% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 7,5% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 7,6% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 7,6% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 8,1% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 8,2% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 8,2% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 8,5% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 8,6% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 9,0% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 9,1% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 9,2% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 9,4% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 9,6% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 10,5% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 11,1% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 11,1% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 11,2% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 11,2% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 11,2% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 11,3% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 11,3% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 12,0% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 12,1% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 12,3% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 12,3% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 14,4% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 14,6% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 14,7% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 15,5% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 15,9% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 16,4% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 16,7% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 16,8% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 17,4% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 17,5% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 17,6% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 17,8% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 18,0% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 18,5% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 18,6% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 23,2% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 23,5% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 23,9% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 24,3% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 24,7% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 24,9% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 25,2% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 26,7% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 26,9% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 27,0% een definitief schooladvies voor vwo.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Eindtoetsadviezen

Eindtoets adviseert vmbo-GL of hoger
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 50,5% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 51,9% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 52,4% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 52,9% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 53,6% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 54,2% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 54,4% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 54,6% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 55,6% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 56,1% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 57,0% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 57,2% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 57,8% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 58,7% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 59,2% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 59,4% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 59,9% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 60,3% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 61,8% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 61,9% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 62,8% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 62,9% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 63,2% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 63,8% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 64,0% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 64,9% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 65,0% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 65,2% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 65,4% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 65,4% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 65,6% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 66,1% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 66,4% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 67,0% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 67,5% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 68,0% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 68,2% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 68,3% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 68,6% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 69,0% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 69,0% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 69,8% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 69,9% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 70,6% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 71,2% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 71,5% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 71,5% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 71,9% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 71,9% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 72,6% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 74,4% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 74,5% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 74,9% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 75,6% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 76,0% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 76,1% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 76,2% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 78,4% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 79,1% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 79,7% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 79,7% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 80,7% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 80,9% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 81,4% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 82,3% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 83,1% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Eindtoets adviseert havo of hoger
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 24,5% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 25,1% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 25,5% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 27,2% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 28,5% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 28,5% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 28,9% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 29,1% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 29,6% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 29,8% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 30,3% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 31,0% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 31,5% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 32,0% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 32,0% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 32,3% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 32,9% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 33,2% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 33,7% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 33,7% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 33,9% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 33,9% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 34,1% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 34,3% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 34,4% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 34,9% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 35,2% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 35,8% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 36,1% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 36,3% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 36,5% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 36,6% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 36,8% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 37,2% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 38,0% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 38,1% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 39,8% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 41,3% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 41,5% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 42,8% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 43,5% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 43,6% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 43,8% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 44,3% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 44,4% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 45,8% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 47,3% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 49,0% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 49,0% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 49,1% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 52,3% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 52,3% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 52,3% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 52,6% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 53,2% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 54,0% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 54,3% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 56,0% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 56,0% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 56,0% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 56,0% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 57,3% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 58,6% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Eindtoets adviseert vwo
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 7,0% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 7,3% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 7,4% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 7,6% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 7,8% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 8,1% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 8,2% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 8,5% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 8,5% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 8,9% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 9,0% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 9,2% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 9,3% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 9,4% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 9,6% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 10,4% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 11,4% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 11,5% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 11,6% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 11,6% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 11,7% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 11,8% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 11,8% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 11,9% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 12,5% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 12,9% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 13,0% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 13,3% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 14,2% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 14,2% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 15,8% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 15,9% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 15,9% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 16,8% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 16,9% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 17,0% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 17,1% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 17,4% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 17,5% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 18,4% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 19,7% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 19,7% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 22,6% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 23,0% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 23,4% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 23,8% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 24,7% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 24,9% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 25,8% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 26,0% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 26,9% een eindtoetsadvies voor vwo.
Lezen op streefniveau
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 39,2% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 41,5% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 41,7% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 42,0% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 43,3% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 43,4% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 44,6% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 46,9% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 47,1% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 49,1% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 49,3% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 49,3% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 49,6% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 49,7% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 50,3% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 51,0% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 52,1% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 52,2% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 52,4% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 53,0% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 53,0% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 53,8% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 53,9% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 54,9% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 55,1% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 55,4% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 56,0% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 56,8% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 56,9% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 57,4% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 58,2% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 58,4% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 59,9% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 60,0% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 60,0% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 60,5% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 60,6% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 60,6% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 60,7% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 62,9% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 62,9% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 63,0% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 64,4% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 65,3% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 65,8% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 66,0% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 67,5% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 68,0% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 68,2% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 70,5% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 71,0% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 71,4% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 71,6% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 72,1% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 73,1% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 73,8% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 75,4% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 75,5% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 75,7% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 76,1% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 76,4% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 77,3% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 78,7% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 80,6% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 81,4% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 81,9% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Rekenen op streefniveau
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 20,4% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 22,4% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 22,9% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 23,1% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 26,0% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 26,1% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 27,3% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 27,3% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 27,4% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 27,7% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 28,1% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 28,2% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 28,4% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 28,7% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 28,8% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 29,0% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 29,6% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 31,4% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 31,4% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 31,6% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 31,6% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 31,8% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 31,9% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 32,2% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 33,5% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 33,6% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 33,7% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 34,1% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 34,3% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 34,5% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 34,5% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 35,1% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 35,2% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 35,4% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 35,5% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 35,6% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 36,0% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 36,1% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 36,1% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 36,7% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 38,2% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 38,7% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 38,8% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 38,9% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 39,1% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 39,6% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 39,9% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 40,4% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 40,6% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 42,6% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 42,7% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 42,9% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 43,9% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 44,2% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 45,2% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 46,3% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 47,7% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 49,0% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 49,6% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 51,4% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 52,4% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 53,3% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 54,0% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 56,5% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Taalverzorging op streefniveau
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 28,9% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 35,5% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 40,0% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 40,3% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 40,8% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 41,3% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 42,4% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 44,1% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 44,5% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 44,6% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 45,0% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 45,6% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 46,5% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 46,8% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 47,1% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 47,5% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 47,7% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 47,8% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 49,0% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 49,2% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 49,6% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 49,8% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 50,7% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 50,8% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 51,5% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 51,5% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 51,6% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 51,6% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 51,7% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 52,0% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 52,1% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 52,4% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 52,9% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 53,1% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 53,3% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 53,9% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 53,9% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 53,9% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 54,6% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 55,1% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 55,8% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 56,2% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 56,8% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 57,3% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 58,5% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 58,6% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 59,0% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 59,2% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 59,8% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 60,9% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 60,9% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 61,0% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 61,1% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 62,2% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 62,7% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 63,1% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 63,5% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 64,5% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 64,8% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam heeft gemiddeld 65,2% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 68,4% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 69,2% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 70,5% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 70,5% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, heeft gemiddeld 72,7% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Klasgenoten

Arme ouders
Leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 22,7% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 22,7% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 24,5% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 27,0% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 27,1% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,1% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 27,2% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,4% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 28,9% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 29,0% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 29,8% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 30,8% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 34,1% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 35,0% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 35,6% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 35,7% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 38,4% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 39,9% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 41,1% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 42,0% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 42,5% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 42,9% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 44,3% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 45,5% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 45,5% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 45,5% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 45,9% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 46,4% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 47,0% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 47,2% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 48,7% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 48,8% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 49,2% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 49,5% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 49,7% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 50,0% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 51,3% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 52,0% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 53,8% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 54,5% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 54,8% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 55,1% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 55,1% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 55,4% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 55,5% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 58,7% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 59,4% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 60,8% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 61,2% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 61,3% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 61,8% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 63,0% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 63,2% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 63,4% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 63,4% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 63,7% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 63,8% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 63,9% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 64,4% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 64,4% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 65,8% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 66,0% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Rijke ouders
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 5,0% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 5,2% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 5,2% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 5,5% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 5,5% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 5,6% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 6,1% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 6,7% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 6,7% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 6,9% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,0% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,0% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,3% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 7,3% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 7,5% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 8,0% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 8,1% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 9,2% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 9,6% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 10,0% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,1% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,2% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,3% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 10,9% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 11,3% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 11,5% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 11,6% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 11,9% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 12,8% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 13,1% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 13,1% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 13,2% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 13,4% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 13,8% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 15,5% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 16,0% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 16,2% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 16,9% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 17,0% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 17,4% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 18,4% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 18,5% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 18,6% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 19,1% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 20,0% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 20,4% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 20,6% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 20,8% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 21,2% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 24,2% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 24,4% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 24,6% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,7% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,6% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 30,5% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 30,8% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 31,2% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 31,5% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 31,7% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 31,7% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 33,7% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 34,2% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Buitenlandse ouders
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 16,2% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 16,9% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 19,1% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 20,5% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 20,6% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 20,6% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 20,7% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 20,7% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 21,1% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 21,6% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 22,1% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 25,5% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 26,1% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,4% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 27,9% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 31,4% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 35,8% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 36,0% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 37,0% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 37,3% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 38,5% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 38,7% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 39,8% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 40,2% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 40,5% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 40,6% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 40,7% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 40,8% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 41,8% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 43,5% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 43,5% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 44,7% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 44,9% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 45,3% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 45,4% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 46,0% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 47,1% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 48,3% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 48,7% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 48,8% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 48,9% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 48,9% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 50,1% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 51,4% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 52,1% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 57,1% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 57,3% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Rotterdam hebben gemiddeld 58,4% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Rotterdam, hebben gemiddeld 58,4% kl