Kansenmonitor

Gemeente Groningen

Deze gemeente wordt omringd door de de gemeentes Tynaarlo en Midden-Groningen. Groningen bevat postcodegroepen 947X, 961X, 962X, 971X, 972X, 973X, 974X, 975X en 979X.

Ben je benieuwd naar de verschilen met buurtgemeentes? Ga dan naar de Kansenkaart. Ben je benieuwd naar de verschillen tussen bevolkingsgroepen binnen de gemeente? Kijk dan verder.

Inkomen

Persoonlijk inkomen
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 25.697.
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 26.220.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 26.793.
Mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 27.366.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 28.340.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 28.669.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 28.797.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 29.073.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 30.261.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 30.618.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 30.877.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 31.488.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 31.678.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 32.529.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 32.835.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 32.975.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 33.214.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 33.249.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 33.304.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 34.001.
Dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 34.025.
Vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 34.301.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 35.052.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 35.638.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 36.481.
Dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 37.483.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 37.992.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 38.865.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 38.971.
Dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 38.978.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 39.228.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 39.642.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 39.732.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 39.943.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 40.789.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 42.862.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 43.585.
Mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 43.589.
Dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 43.854.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 44.158.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 44.744.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 47.719.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een persoonlijk inkomen van € 48.192.
Uurloon
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 13,60.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 13,90.
Werkende dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 14,20.
Werkende dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 14,40.
Werkende dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 14,40.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 14,80.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 14,90.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 15,10.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 15,20.
Werkende dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 15,60.
Werkende dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 15,70.
Werkende dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 15,70.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 15,90.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 15,90.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 15,90.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 15,90.
Werkende dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,00.
Werkende dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,00.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,00.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,10.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 16,20.
Werkende dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 16,30.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 16,40.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,80.
Werkende dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,90.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 16,90.
Werkende dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,00.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,00.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,00.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,10.
Werkende dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 17,50.
Werkende dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 17,60.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 17,60.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 17,70.
Werkende dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 17,90.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 17,90.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een uurloon van € 17,90.
Werkende dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 18,70.
Werkende dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 18,70.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 18,70.
Werkende mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 18,70.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 18,70.
Werkende vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een uurloon van € 18,70.
Uurloon minder dan €11
Onder dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 6,5% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 7,2% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 7,7% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 7,9% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 8,1% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 8,4% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 8,6% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 9,2% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 11,0% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 11,5% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 11,8% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 12,0% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 12,1% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 12,1% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 12,6% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 12,7% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 13,1% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 13,2% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 13,4% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 13,5% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 14,5% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 14,7% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 15,3% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 15,6% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 16,6% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 16,9% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 17,5% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 17,7% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 18,5% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 19,7% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 21,4% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 24,0% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 25,3% minder dan €11 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 29,6% minder dan €11 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 31,5% minder dan €11 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 33,3% minder dan €11 per uur.
Uurloon minder dan €14
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 22,4% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 23,2% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 23,7% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 24,3% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 24,8% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 25,4% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 28,1% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 28,5% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 30,5% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 30,5% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 30,8% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 31,7% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 32,4% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 32,4% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 32,6% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 32,8% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 33,9% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 34,3% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 35,4% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 35,9% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 38,2% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 39,4% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 40,1% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 40,5% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 40,5% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 40,7% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 41,2% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 42,2% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 42,4% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 43,4% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 44,3% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, verdient 44,4% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 45,2% minder dan €14 per uur.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 56,8% minder dan €14 per uur.
Onder dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 57,6% minder dan €14 per uur.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen verdient 58,3% minder dan €14 per uur.
Bijstand
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 1,7% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 2,2% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 2,3% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 2,7% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 2,7% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 3,1% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 3,9% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 4,3% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 4,7% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 4,7% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 4,8% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 5,1% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 5,4% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 5,4% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 5,8% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 6,1% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 6,2% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 6,5% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 7,0% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 7,2% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 7,7% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 8,8% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 9,3% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 10,7% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 13,5% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 13,9% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 14,3% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 18,5% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 19,8% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 19,8% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 19,8% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 21,8% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 25,9% het meeste inkomen uit een bijstandsuitkering.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Werk

Werkt
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 59,0% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 61,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 61,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 61,5% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 61,9% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 62,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 62,8% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 63,2% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 63,7% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 64,6% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 65,9% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 66,7% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 69,9% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 70,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 71,8% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 73,4% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 74,2% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 74,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 74,4% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 75,5% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 76,5% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 77,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 77,6% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 79,2% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 79,6% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 79,6% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 80,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 80,5% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 81,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 81,7% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 81,8% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 82,4% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangt 83,3% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 83,4% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 83,6% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 84,7% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 85,5% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 85,8% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 85,9% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 86,2% het meeste inkomen uit werk.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 86,4% het meeste inkomen uit werk.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 86,7% het meeste inkomen uit werk.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangt 86,9% het meeste inkomen uit werk.
Gewerkte uren per week
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 19,9 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 22,4 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 23,3 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 23,5 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 23,6 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 23,7 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 23,7 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 24,0 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 24,3 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 24,4 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 24,7 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 25,0 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 25,1 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 25,6 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 25,7 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 25,8 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 26,2 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 26,2 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 26,8 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 26,9 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 26,9 uur per week.
Vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 27,1 uur per week.
Dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 28,4 uur per week.
Dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 28,4 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 28,7 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 28,7 uur per week.
Dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 28,8 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 29,0 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 29,1 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 29,2 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 29,5 uur per week.
Dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 30,0 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 30,2 uur per week.
Dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 30,3 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 32,0 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 32,1 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 32,1 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 32,4 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 32,4 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen werken gemiddeld 32,5 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 32,8 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 32,9 uur per week.
Mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, werken gemiddeld 33,4 uur per week.
Vast arbeidscontract
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 34,0% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 35,2% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 35,2% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 36,4% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 36,7% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 37,2% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 37,4% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 37,9% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 38,2% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 38,3% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 38,4% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 38,4% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 38,5% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 38,5% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 38,6% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 39,3% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 39,4% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 39,5% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 40,1% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 40,4% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 40,6% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 40,9% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 41,0% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 41,0% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 42,3% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 42,4% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 43,5% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 44,6% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 45,8% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 46,4% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 47,1% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 47,3% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 48,7% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 48,9% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 50,0% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 50,1% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 52,0% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 54,3% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 54,8% een vast contract.
Onder vrouwelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 55,8% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 61,6% een vast contract.
Onder dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 65,1% een vast contract.
Onder mannelijke dertigers in loondienst met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 67,6% een vast contract.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Vermogen

Vermogen
35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 4.419.
Mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen van € 10.816.
35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen van € 12.085.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen van € 15.548.
35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen van € 19.625.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 21.275.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 22.820.
35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 26.150.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 27.768.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen van € 28.090.
35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen van € 28.192.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 29.745.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 33.086.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 35.150.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 35.508.
35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 39.337.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 44.588.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 45.348.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 53.089.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 59.291.
35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 59.474.
Mannelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen van € 59.519.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 59.741.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen van € 60.950.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 62.557.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 64.436.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen van € 66.135.
35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen van € 67.796.
35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen van € 72.070.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen van € 74.584.
Vrouwelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen van € 76.705.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen van € 89.287.
Mannelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen van € 112.162.
Vermogen zonder woning en hypotheekschuld
35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € -10.528.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € -7.182.
Mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € -872.
35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 2.453.
35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 6.114.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 9.562.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 10.342.
35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 11.590.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 12.828.
35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 13.029.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 15.084.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 15.938.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 20.437.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 21.350.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 23.112.
35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 24.752.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 28.901.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 29.833.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 31.125.
35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 34.183.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 35.847.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 36.338.
Mannelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 36.563.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 37.091.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 37.323.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 39.974.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 43.739.
35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 44.573.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 50.437.
Vrouwelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 53.195.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 64.580.
35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 66.559.
Mannelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld een vermogen zonder eigen woning en hypotheekschuld van € 118.863.
Koopwoning
Onder mannelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen woont gemiddeld -6.701% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen woont gemiddeld 5.511% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen woont gemiddeld 9.632% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen woont gemiddeld 11.688% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 11.713% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 12.396% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 12.478% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 12.650% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 12.684% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 13.121% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen woont gemiddeld 13.510% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 13.800% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 13.807% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 14.585% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 14.755% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 14.948% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen woont gemiddeld 15.261% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 16.447% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen woont gemiddeld 16.602% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 16.752% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 22.199% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 22.396% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen woont gemiddeld 22.730% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen woont gemiddeld 22.956% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen woont gemiddeld 23.223% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen woont gemiddeld 23.510% in een koopwoning.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen woont gemiddeld 23.627% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen woont gemiddeld 24.146% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 24.461% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen woont gemiddeld 24.707% in een koopwoning.
Onder 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 25.291% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 26.710% in een koopwoning.
Onder vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, woont gemiddeld 28.616% in een koopwoning.
Schenking ouders
Onder 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,7% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 1,6% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 1,6% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 1,7% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 1,9% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 2,0% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 2,2% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 2,3% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 2,4% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 3,1% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 3,4% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 3,5% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 3,6% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 3,8% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 4,2% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 4,5% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 4,5% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 4,7% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 4,9% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 4,9% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 5,0% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 5,2% een schenking ontvangen.
Onder mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 5,3% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 5,4% een schenking ontvangen.
Onder 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 5,4% een schenking ontvangen.
Onder vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 5,5% een schenking ontvangen.
Waarde schenking ouders
35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 702.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 840.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.086.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.116.
35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.201.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.323.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.442.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.622.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.704.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.716.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.840.
35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.943.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 1.978.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 2.119.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 2.176.
Vrouwelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 2.240.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 2.315.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 2.430.
35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 2.591.
Mannelijke 35-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 2.904.
Vrouwelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 3.004.
35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 3.187.
Vrouwelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 3.287.
Mannelijke 35-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 3.356.
35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 3.468.
Mannelijke 35-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen ontvangen schenkingen van hun ouders met gemiddeld een waarde van € 3.634.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Wonen

Woonoppervlak groep 8
Leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 27,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 27,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 31,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 31,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 31,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 31,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 35,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 35,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 35,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 35,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 35,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 35,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 35,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 37,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 37,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 37,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 37,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 38,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 38,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 38,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 38,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 38,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 38,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Woonoppervlak 16-jarigen
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 27,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 30,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 31,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 32,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 33,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 34,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 35,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 36,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 37,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 37,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 37,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 37,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 38,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 38,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 38,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 38,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 38,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 39,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 39,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 39,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 39,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 40,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Woonoppervlak dertigers
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 39,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 40,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 41,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 42,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 42,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 43,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 43,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 43,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 43,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 43,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 44,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 45,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 45,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 45,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 45,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 45,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 46,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 47,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 47,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 48,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 48,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 48,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 49,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 49,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 50,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 51,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 51,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 52,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 52,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 53,0 m² woonoppervlak per lid van het huishouden.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Gezondheid

Ziekenhuis
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 30,6% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 33,2% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 34,1% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 34,6% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 34,8% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 34,9% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 34,9% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 35,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 35,9% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 36,2% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 42,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 44,1% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 44,7% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 45,8% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 47,4% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 49,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 49,6% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 50,3% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 50,4% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 50,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 50,6% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 50,6% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 51,1% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 51,8% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 54,2% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 56,2% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 57,6% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 57,8% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 63,9% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 64,6% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 65,2% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 65,3% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 65,4% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 65,8% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 66,0% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 66,3% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 66,3% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 66,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 67,0% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 68,1% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 68,5% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 69,6% gebruik van ziekenhuiszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 84,6% gebruik van ziekenhuiszorg.
Geestelijke gezondheidszorg (basis)
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 6,0% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 6,4% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 7,1% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 7,1% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 7,4% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 7,6% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 8,2% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 8,3% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 8,4% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 8,8% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 8,8% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 8,8% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 9,2% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 9,3% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 9,6% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 9,8% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 10,0% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 10,0% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 10,7% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 10,8% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 11,3% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 11,4% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 11,5% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 11,6% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 11,7% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 12,1% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 12,1% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 12,3% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 12,3% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 12,4% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 12,6% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 13,1% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 13,9% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 15,4% gebruik van basis-geestelijke gezondheidszorg.
Geestelijke gezondheidszorg (specialistisch)
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 4,6% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 4,7% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 4,8% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 5,0% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 5,2% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 5,3% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 5,6% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 5,8% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 5,8% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 5,9% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 6,1% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 6,2% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 6,4% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 6,5% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 6,5% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 6,6% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 6,8% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 6,8% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 6,8% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 6,8% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 7,0% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 7,2% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 7,2% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 7,2% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 7,6% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 7,7% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 11,1% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, maakte 12,5% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen maakte 14,3% gebruik van specialistische geestelijke gezondheidszorg.
Medicijnen
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 45,2% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 46,2% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 48,0% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 48,1% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 48,1% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 48,3% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 48,7% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 49,1% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 49,1% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 49,2% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 50,4% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 53,5% medicijnen.
Onder mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 55,1% medicijnen.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 56,6% medicijnen.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 57,4% medicijnen.
Onder dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 57,5% medicijnen.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 57,8% medicijnen.
Onder dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 58,0% medicijnen.
Onder dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 58,7% medicijnen.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 59,0% medicijnen.
Onder dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 60,0% medicijnen.
Onder dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 60,4% medicijnen.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 60,5% medicijnen.
Onder dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 62,1% medicijnen.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 65,3% medicijnen.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 65,8% medicijnen.
Onder dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 65,9% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 66,1% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 66,7% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 67,8% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 68,3% medicijnen.
Onder dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 68,7% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 68,8% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 68,8% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 69,8% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 70,5% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 71,9% medicijnen.
Onder dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 72,3% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 72,4% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 76,2% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 76,9% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen gebruikte 80,6% medicijnen.
Onder vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, gebruikte 81,4% medicijnen.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Zorgkosten

Zorgkosten van groep-8-leerlingen
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 408 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 465 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 473 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 482 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 483 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 489 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 494 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 501 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 512 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 515 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 524 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 533 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 546 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 546 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 547 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 547 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 556 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 562 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 570 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 598 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 624 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 627 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 639 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 645 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 646 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 693 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 697 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 714 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 763 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 807 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 891 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 927 aan jaarlijkse zorgkosten.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 977 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 1.317 aan jaarlijkse zorgkosten.
Zorgkosten van 16-jarigen
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 570 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 587 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 591 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 604 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 616 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 693 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 708 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 709 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 717 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 725 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 733 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 751 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 753 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 762 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 776 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 777 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 777 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 794 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 795 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 797 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 799 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 803 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 806 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 812 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 827 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 828 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 829 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 829 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 846 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 850 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 854 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 857 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 857 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 889 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 925 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 1.010 aan jaarlijkse zorgkosten.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 1.099 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 1.202 aan jaarlijkse zorgkosten.
Zorgkosten van dertigers
Mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 1.056 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 1.258 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 1.340 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 1.349 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 1.416 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 1.439 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 1.457 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 1.474 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 1.587 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 1.591 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 1.592 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 1.598 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 1.649 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 1.734 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 1.797 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 1.826 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 1.840 aan jaarlijkse zorgkosten.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 1.857 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 1.868 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 1.893 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 1.896 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 1.946 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 1.946 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 2.030 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 2.072 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 2.093 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 2.188 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 2.240 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 2.249 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 2.256 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 2.317 aan jaarlijkse zorgkosten.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 2.329 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 2.519 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 2.570 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld € 2.598 aan jaarlijkse zorgkosten.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld € 2.777 aan jaarlijkse zorgkosten.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Geboorte

Geboortegewicht
Mannelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 7,8% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 8,2% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 8,2% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 8,4% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 8,6% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 8,6% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 8,7% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 9,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 9,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 9,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 9,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 9,2% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 9,7% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 10,0% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 10,3% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 10,4% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 10,5% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 10,6% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 10,9% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 11,1% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 11,3% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 11,4% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 12,3% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 12,4% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 12,7% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 13,1% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 13,3% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 13,8% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 13,9% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 14,4% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 14,8% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 16,3% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 19,3% kans op een te laag geboortegewicht.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 20,3% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 22,4% kans op een te laag geboortegewicht.
Pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 22,7% kans op een te laag geboortegewicht.
Mannelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 24,4% kans op een te laag geboortegewicht.
Vroeggeboorte
Vrouwelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 4,8% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 5,4% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 5,5% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 5,5% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 5,7% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 5,9% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 5,9% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 6,0% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 6,0% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 6,0% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 6,2% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 6,3% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 6,4% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 6,4% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 6,6% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 6,6% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 6,7% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 6,8% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 6,9% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 7,0% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 7,2% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 7,2% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 7,2% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 7,3% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 7,4% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 7,5% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 7,5% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 7,8% kans op vroeggeboorte.
Vrouwelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 9,3% kans op vroeggeboorte.
Pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 12,9% kans op vroeggeboorte.
Mannelijke pasgeborenen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 16,3% kans op vroeggeboorte.
Perinatale sterfte
Onder geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 1,0% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 1,0% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 1,1% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 1,8% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 2,1% tijdens de zwangerschap of binnen 7 dagen na de geboorte.
Neonatale sterfte
Onder geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 1,0% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 1,0% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 1,1% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 1,1% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 1,8% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 2,1% tijdens de zwangerschap of binnen 28 dagen na de geboorte.
Zuigelingensterfte
Onder geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,4% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,5% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,6% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,7% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,8% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 0,9% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 1,0% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 1,0% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 1,0% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 1,1% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 1,1% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 1,2% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 1,2% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 1,2% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder vrouwelijke geboorten met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 1,3% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 1,4% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen overlijdt 1,8% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 2,0% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.
Onder mannelijke geboorten met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, overlijdt 2,1% tijdens de zwangerschap of binnen een jaar na de geboorte.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Onderwijsniveau

Volgt vmbo-GL of hoger
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 58,4% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 62,6% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 67,6% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 67,8% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 68,1% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 71,9% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 72,2% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 72,9% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 74,2% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 75,6% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 75,8% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 76,0% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 76,1% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 76,3% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 76,9% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 78,6% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 78,7% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 78,8% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 78,8% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 79,2% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 79,6% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 80,4% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 81,5% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 81,8% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 83,6% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 83,8% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 83,9% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 84,1% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 84,7% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 85,5% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 85,6% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 85,8% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 86,0% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 87,2% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 87,7% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 87,7% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 88,3% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 88,6% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 90,0% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 91,0% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 91,5% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 92,1% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 92,1% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 93,6% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 93,6% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 94,9% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 95,0% kans om vmbo‑GL of hoger te volgen.
Volgt havo of hoger
Mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 17,2% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 17,9% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 19,9% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 21,2% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 23,3% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 27,6% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 27,9% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 28,5% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 28,8% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 29,6% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 31,0% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 32,2% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 33,6% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 34,5% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 36,0% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 36,2% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 37,5% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 38,7% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 38,9% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 39,8% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 42,8% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 43,0% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 43,9% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 47,5% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 48,0% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 48,3% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 49,9% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 50,7% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 51,4% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 53,0% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 53,5% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 53,9% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 54,2% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 56,3% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 60,0% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 66,0% kans om havo of hoger te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 66,0% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 69,6% kans om havo of hoger te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 69,8% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 73,1% kans om havo of hoger te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 73,6% kans om havo of hoger te volgen.
Volgt vwo
16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 6,1% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 9,3% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 9,3% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 10,9% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 11,3% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 12,5% kans om vwo te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 12,7% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 12,8% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 13,2% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 13,3% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 14,5% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 17,9% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 18,4% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 20,2% kans om vwo te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 20,9% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 22,6% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 23,2% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 23,5% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 24,6% kans om vwo te volgen.
16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 25,4% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 26,8% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 27,8% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben 29,2% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 31,6% kans om vwo te volgen.
Mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 31,9% kans om vwo te volgen.
16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 35,0% kans om vwo te volgen.
16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 35,7% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 38,5% kans om vwo te volgen.
Vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben 39,7% kans om vwo te volgen.
Startkwalificatie
Onder 21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,6%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,6%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,6%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,7%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,8%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.
Onder vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,9%  een startkwalificatie behaald.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Studieniveau

Diploma op hogeschool of universiteit (21-jarigen)
Mannelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 27,9% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 30,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 32,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 33,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 34,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 34,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 37,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 37,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 38,4% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 38,4% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 38,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 39,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 41,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 41,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 43,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 45,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 47,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 48,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 51,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 53,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 54,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 54,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 55,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 57,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 59,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 59,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 60,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 61,9% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 69,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 70,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 73,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 73,4% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 76,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 77,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Diploma op hogeschool of universiteit (dertigers)
Mannelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 18,9% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 23,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 24,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 25,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 25,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 26,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 26,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 26,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 29,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 30,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 30,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 30,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 32,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 32,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 32,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 33,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 33,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 33,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 34,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 34,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 34,5% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 34,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 35,0% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 35,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 40,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 40,9% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 41,3% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 42,4% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 44,9% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 45,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 45,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 47,2% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 49,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 50,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 51,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 51,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 52,1% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 59,6% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 59,8% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 68,4% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 68,7% kans op het behalen van een hbo‑ of universitair diploma.
Diploma op de universiteit (21-jarigen)
21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 4,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 8,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 9,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 10,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 10,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 11,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 11,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 11,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 11,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 11,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 12,1% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 12,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 12,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 12,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 12,5% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 13,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 16,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 16,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 18,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 18,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 20,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 20,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 22,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 22,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 23,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 24,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 25,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 26,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 30,1% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 30,5% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 31,5% kans op het behalen van een universitair diploma.
21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 32,3% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 32,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke 21-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 34,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Diploma op de universiteit (dertigers)
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 8,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 9,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 9,6% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 9,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 10,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 10,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 11,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 11,3% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 12,1% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 12,5% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 12,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 12,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 12,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 14,1% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 14,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 15,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 15,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 18,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 19,5% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 20,3% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 20,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 21,7% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 22,2% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 22,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Mannelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 22,9% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 24,4% kans op het behalen van een universitair diploma.
Dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 25,0% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 26,8% kans op het behalen van een universitair diploma.
Vrouwelijke dertigers, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 27,2% kans op het behalen van een universitair diploma.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Schooladviezen

School adviseert hoger dan eindtoets
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 7,6% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 7,7% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 9,2% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 9,3% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 9,4% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 9,4% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 10,0% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 10,0% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 10,1% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 10,4% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 10,7% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 10,8% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 11,0% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 11,3% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 11,4% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 11,5% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 11,5% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 11,5% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 12,2% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 12,4% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 12,7% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 13,0% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 14,3% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 15,3% een definitief schooladvies dat hoger is dan het eindtoetsadvies.
School adviseert lager dan eindtoets
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 5,2% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 5,4% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 6,4% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 6,8% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 6,9% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 7,4% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 7,6% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 8,1% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 8,2% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 8,2% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 8,6% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 9,4% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 10,2% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 11,3% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 11,4% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 11,4% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 11,5% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 12,0% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 12,1% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 12,4% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 13,4% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 14,1% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 14,5% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 15,8% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 17,4% een definitief schooladvies dat lager is dan het eindtoetsadvies.
School adviseert vmbo-GL of hoger
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 48,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 53,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 58,8% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 60,7% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 65,5% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 66,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 66,9% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 67,5% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 68,3% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 68,3% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 69,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 74,2% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 74,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 77,9% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 78,3% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 78,9% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 79,0% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 79,3% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 79,6% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 80,2% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 80,7% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 81,1% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 81,1% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 82,9% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 83,1% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 85,7% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 89,2% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 89,3% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 89,4% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 89,4% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 89,8% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 90,5% een definitief schooladvies voor vmbo‑GL of hoger.
School adviseert havo of hoger
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 26,1% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 38,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 39,0% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 39,3% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 39,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 39,9% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 40,1% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 40,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 42,1% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 45,2% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 49,2% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 52,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 53,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 54,2% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 54,3% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 54,9% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 55,8% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 56,3% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 56,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 57,1% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 57,6% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 58,2% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 59,4% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 60,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 70,3% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 70,7% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 72,9% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 73,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 74,9% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 76,5% een definitief schooladvies voor havo of hoger.
School adviseert vwo
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 14,6% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 15,6% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 15,9% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 16,6% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 17,1% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 17,5% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 22,2% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 23,3% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 23,8% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 24,4% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 24,9% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 25,7% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 27,0% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 27,3% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 27,5% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 27,9% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 28,2% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 28,5% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 28,8% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 33,7% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 34,2% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 34,3% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 34,4% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 34,6% een definitief schooladvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 35,2% een definitief schooladvies voor vwo.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Eindtoetsadviezen

Eindtoets adviseert vmbo-GL of hoger
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 57,1% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 62,3% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 66,2% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 66,8% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 67,2% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 67,3% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 67,6% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 67,9% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 68,9% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 70,3% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 70,7% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 71,0% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 74,6% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 76,7% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 76,8% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 77,9% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 78,0% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 78,1% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 78,5% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 78,8% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 79,0% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 79,4% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 79,5% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 80,0% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 80,0% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 80,7% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 85,3% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 85,4% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 87,0% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 87,1% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 88,9% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 88,9% een eindtoetsadvies voor vmbo-GL of hoger.
Eindtoets adviseert havo of hoger
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 27,5% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 32,4% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 42,9% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 44,0% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 44,1% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 44,2% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 44,5% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 45,3% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 46,2% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 46,3% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 48,4% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 51,7% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 53,3% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 53,6% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 53,7% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 54,4% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 54,9% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 55,2% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 55,4% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 55,6% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 55,7% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 55,9% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 56,0% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 56,2% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 64,9% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 65,0% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 65,7% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 66,4% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 66,5% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 67,6% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 68,1% een eindtoetsadvies voor havo of hoger.
Eindtoets adviseert vwo
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 11,7% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 12,9% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 13,2% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 13,8% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 14,1% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 14,5% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 20,4% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 20,6% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 20,6% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 20,7% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 21,8% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 22,2% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 22,6% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 22,7% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 23,3% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 23,6% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 24,6% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 24,7% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 25,2% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 29,1% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 29,4% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 29,6% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 29,6% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 30,7% een eindtoetsadvies voor vwo.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 32,0% een eindtoetsadvies voor vwo.
Lezen op streefniveau
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 58,1% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 62,9% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 63,4% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 64,1% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 64,3% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 65,0% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 65,2% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 65,7% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 66,0% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 66,5% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 67,2% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 67,6% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 73,0% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 75,0% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 75,1% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 75,7% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 76,2% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 76,2% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 76,4% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 76,9% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 77,0% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 77,6% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 78,1% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 78,3% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 80,1% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 81,7% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 82,7% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 84,5% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 84,9% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 85,7% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 86,9% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 87,3% een eindtoets-leesscore van tenminste het streefniveau.
Rekenen op streefniveau
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 26,1% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 34,1% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 35,6% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 35,9% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 36,9% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 37,3% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 37,5% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 38,6% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 38,7% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 39,3% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 42,9% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 44,9% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 45,6% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 45,7% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 46,4% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 47,0% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 48,8% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 49,7% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 49,9% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 50,7% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 52,1% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 54,0% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 54,1% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 54,5% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 55,0% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 55,1% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 59,0% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 59,2% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 62,9% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 64,0% een eindtoets-rekenscore van tenminste het streefniveau.
Taalverzorging op streefniveau
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 28,6% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 40,6% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 46,1% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 47,9% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 49,2% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 51,0% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 52,4% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 52,9% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 53,1% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 53,4% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 54,1% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 56,0% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 56,1% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 57,7% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 58,2% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 59,0% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 59,5% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 60,2% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 61,3% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 63,7% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 63,7% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 64,6% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 64,9% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 65,5% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 66,0% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 67,9% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 69,7% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 69,8% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 70,0% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft gemiddeld 71,4% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 75,7% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft gemiddeld 76,1% een eindtoets-taalverzorgingsscore van tenminste het streefniveau.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Klasgenoten

Arme ouders
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 18,5% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 19,8% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 20,0% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 20,4% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 20,7% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 22,5% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 25,8% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 25,9% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 26,5% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 27,1% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 27,7% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 27,7% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 28,8% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 29,3% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 29,5% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 29,8% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 30,3% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 31,3% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 31,8% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 32,5% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 32,8% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 33,8% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 34,3% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 35,1% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 36,2% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 36,7% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 46,1% klasgenoten met ouders met een laag inkomen.
Rijke ouders
Leerlngen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 12,9% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 18,0% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 18,3% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 18,5% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 18,5% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 18,8% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 19,6% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 19,8% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 21,0% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 21,5% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 21,8% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 22,8% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 23,3% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 24,2% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 24,3% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 26,5% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 26,5% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 26,5% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 27,8% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 28,0% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 28,1% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 32,6% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 34,2% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Vrouwelijke leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 35,2% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 35,5% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Leerlngen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 36,2% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Mannelijke leerlngen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 38,6% klasgenoten met ouders met een hoog inkomen.
Buitenlandse ouders
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 5,8% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 6,0% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 6,3% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 6,5% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 6,6% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 7,1% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 7,1% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 7,3% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 7,8% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 7,8% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 8,0% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 8,2% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 9,2% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 9,2% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 9,3% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 9,5% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 9,8% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 9,9% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 10,0% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 10,0% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 10,0% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 11,8% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 12,2% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 12,7% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 13,3% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 14,4% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 19,2% klasgenoten met ouders die beiden in het buitenland zijn geboren.
Klassengrootte
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 21,1 andere kinderen in de klas.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 21,7 andere kinderen in de klas.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 21,7 andere kinderen in de klas.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 22,2 andere kinderen in de klas.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 22,5 andere kinderen in de klas.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 22,5 andere kinderen in de klas.
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen zitten met gemiddeld 22,6 andere kinderen in de klas.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 22,6 andere kinderen in de klas.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 22,7 andere kinderen in de klas.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 22,9 andere kinderen in de klas.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen zitten met gemiddeld 23,0 andere kinderen in de klas.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen zitten met gemiddeld 23,0 andere kinderen in de klas.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 23,0 andere kinderen in de klas.
Mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen zitten met gemiddeld 23,1 andere kinderen in de klas.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 23,2 andere kinderen in de klas.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen zitten met gemiddeld 23,3 andere kinderen in de klas.
Leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen zitten met gemiddeld 23,4 andere kinderen in de klas.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 23,4 andere kinderen in de klas.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen zitten met gemiddeld 23,5 andere kinderen in de klas.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen zitten met gemiddeld 23,5 andere kinderen in de klas.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 23,5 andere kinderen in de klas.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen zitten met gemiddeld 23,6 andere kinderen in de klas.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 23,7 andere kinderen in de klas.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 24,3 andere kinderen in de klas.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 24,3 andere kinderen in de klas.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 24,6 andere kinderen in de klas.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, zitten met gemiddeld 25,0 andere kinderen in de klas.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Klasniveau

Eindtoets vmbo-GL of hoger
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 73,1% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 75,0% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 75,1% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 75,2% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 75,3% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 75,4% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 75,4% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 75,7% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 75,7% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 76,0% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 76,0% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 76,1% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 76,2% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 76,3% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 76,7% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 77,0% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 77,0% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 77,2% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 77,4% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 77,8% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 78,0% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 78,2% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 80,3% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 80,4% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 80,4% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 81,1% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 81,5% klasgenoten met een definitief schooladvies van vmbo gemengde leerweg of hoger.
Eindtoets havo of hoger
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 49,1% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 50,3% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 50,8% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 51,0% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 51,8% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 51,8% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 51,9% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 51,9% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 52,1% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 52,3% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 52,3% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 52,8% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 53,1% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 53,6% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 53,8% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 54,3% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 54,4% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 54,7% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 54,9% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 55,1% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 55,4% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 57,4% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 59,3% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 59,4% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 59,6% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 59,7% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 59,7% klasgenoten met een definitief schooladvies van havo of hoger.
Eindtoets vwo
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 18,5% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 18,9% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 19,2% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 20,0% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 20,2% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 20,9% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 21,5% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 21,7% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 22,0% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 22,2% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 22,3% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 22,5% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 22,6% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 23,0% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 23,0% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 23,1% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 23,5% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 23,5% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 23,8% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 24,0% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 24,7% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 25,2% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 26,2% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 26,3% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 26,4% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 26,6% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 27,1% klasgenoten met een definitief schooladvies van vwo.
Eindtoets lezen
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 69,3% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 69,5% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 70,0% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 70,3% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 70,5% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 71,0% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 71,3% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 72,0% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 73,4% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 73,8% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 73,8% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 74,0% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 74,0% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 74,2% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 74,4% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 74,4% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 74,4% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 74,6% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 74,6% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 74,7% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 74,9% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 76,8% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 76,8% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 76,9% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 77,1% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 77,2% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 77,3% klasgenoten met leesvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Eindtoets taal
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 57,1% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 57,6% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 57,8% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 58,5% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 58,5% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 58,9% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 59,0% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 59,1% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 59,2% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 59,2% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 59,3% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 59,5% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 59,5% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 59,5% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 59,9% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 60,0% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 60,1% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 60,1% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 60,4% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 60,5% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 60,6% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 60,6% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 60,7% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 60,8% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 60,8% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 60,8% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 61,1% klasgenoten met taalvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Eindtoets rekenen
Leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 43,0% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 43,3% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 43,9% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 44,0% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 44,4% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 44,7% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 45,0% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 47,0% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 47,8% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 47,9% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 48,0% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 48,0% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 48,0% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 48,1% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 48,2% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 48,4% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 48,8% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 48,8% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 49,0% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 49,1% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen hebben gemiddeld 49,6% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 51,0% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 51,4% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 51,5% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 51,6% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 51,7% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.
Mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, hebben gemiddeld 51,9% klasgenoten met rekenvaardigheid op of boven het streefniveau volgens de eindtoets tussen 2015 en 2019.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Jeugdbescherming

Jeugdbescherming voor groep-8-leerlingen
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,1% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,1% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,2% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,2% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,2% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,3% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,3% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,4% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,4% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,4% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,5% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,6% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,7% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,7% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,7% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,8% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,8% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,9% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 1,0% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 1,0% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 1,0% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 1,1% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 1,1% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 1,2% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 1,8% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke leerlingen in groep 8 met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 2,4% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 3,0% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 3,1% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 3,5% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 3,6% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder leerlingen in groep 8 met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 4,1% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke leerlingen in groep 8 met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 4,9% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Jeugdbescherming voor 16-jarigen
Onder 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,1% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,1% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,1% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,2% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,2% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een hoog inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,2% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,3% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,4% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,5% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,5% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,6% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een middeninkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 0,7% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 0,8% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 1,0% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 1,0% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 1,2% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 1,2% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 1,3% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 1,3% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 1,4% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 1,5% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 1,6% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke 16-jarigen die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 1,7% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 1,7% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 1,8% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke 16-jarigen, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 1,9% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke 16-jarigen met een Nederlandse achtergrond, waarvan de ouders een laag inkomen hadden en die opgroeiden in de gemeente Groningen, heeft 1,9% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 2,0% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 2,5% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 3,1% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 3,6% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 3,7% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder vrouwelijke 16-jarigen met een Turkse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 3,8% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 4,3% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke 16-jarigen met een Marokkaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 4,6% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke 16-jarigen met een Antilliaanse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 5,1% een jeugdbeschermingsmaatregel.
Onder mannelijke 16-jarigen met een Surinaamse migratieachtergrond die opgroeiden in de gemeente Groningen heeft 6,8% een jeugdbeschermingsmaatregel.

mannelijk vrouwelijk laag inkomen middeninkomen hoog inkomen Nederlands Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans

Ben je benieuwd hoe bevoorrecht jij zelf eigenlijk bent? Doe dan de 7 vinkjes test.